ContactDisclaimer
DREV|Vervoerkamer| Wp2000 | Spoor | Luchtvaart | Loodsen
 Zoek
Home
Vervoerkamer

De Wet personenvervoer 2000

De Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) vormt de juridische verankering van een aantal veranderingen in het openbaar vervoer per bus, tram, metro en – met de inwerkingtreding van de Concessiewet – trein. Verder regelt de Wp2000 het besloten bus- en taxivervoer. De wet regelt onder meer het toezicht op gemeentelijk openbaar vervoer, waaronder trams, metro's en stads- en streekbussen vallen. De Vervoerkamer controleert hierbij of aanbieders van gemeentelijk openbaar vervoer hun marktpositie niet misbruiken door oneerlijk te concurreren op aanverwante markten.

Wp2000Concessies
De belangrijkste doelstelling van de Wp2000 is het verbeteren van de efficiëntie van het openbaar vervoer en het vergroten van het aantal reizigers. Om deze doelstelling te bereiken is door de wetgever gekozen voor de verlening van concessies en de periodieke aanbesteding daarvan.

De Wet personenvervoer 2000 schrijft voor dat een vervoerder moet beschikken over een concessie om het openbaar vervoer te mogen verzorgen. De concessie geeft de vervoerder het exclusieve recht op het verrichten van openbaar vervoer binnen een bepaald gebied of op een bepaalde vervoersverbinding.

Deze exclusieve positie is echter maar tijdelijk. Na afloop van de concessie moet deze worden aanbesteed en vindt er competitie plaats tussen de vervoerders.De Wet personenvervoer 2000 introduceert zogezegd concurrentie om de (spoor)weg. Slechts in uitzonderingsgevallen mag een concessie worden verleend zonder voorafgaande aanbesteding, een voorbeeld hiervan is de concessie die voor het hoofdrailnet aan de Nederlandse Spoorwegen is verleend.

Overige activiteiten van gemeentelijke vervoerbedrijven
Een taak van de Vervoerkamer die voortvloeit uit de Wp2000 is het toezicht op gemeentelijke vervoerbedrijven (gvb's) door de NMa. De NMa heeft dit ondergebracht bij de Vervoerkamer. Sinds 1 januari 2001 is het voor gvb's verboden andere werkzaamheden te verrichten dan:

  • openbaar vervoer

  • ander vervoer dat krachtens artikel 2 Wp2000 onder de wet wordt gebracht zoals openbaar vervoer op afroep of openbaar vervoer te water, en

  • werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van dat vervoer.

Dit is onder meer om te voorkomen dat overheidsgelden bestemd voor openbaar vervoer, gebruikt worden voor andere (commerciële) activiteiten. Andere activiteiten dienen te worden afgestoten en ondergebracht in aparte privaatrechtelijke rechtspersonen. Het gaat dan bijvoorbeeld om taxivervoer, maar ook het verkopen van koffie of een krantje in de bus valt daaronder. Het is belangrijk dat deze activiteiten gescheiden zijn, omdat daarmee voorkomen wordt dat een gvb haar positie in het openbaar vervoer gebruikt op andere vervoermarkten (bijvoorbeeld de taximarkt). De gvb’s moeten jaarlijks een verklaring opstellen waaruit de financiële verhouding tussen het gvb en haar dochter- en zusterondernemingen blijkt. Op deze wijze kan worden voorkomen dat gvb's hun eventuele dochter- of zusterondernemingen financieel bevoordelen (kruissubsidiëring) en daarmee oneerlijk concurreren.

Werkwijze Vervoerkamer
Om effectief toezicht te kunnen houden op de vervoersector is het voor de Vervoerkamer van belang een goed beeld te krijgen van de activiteiten die in deze sector worden verricht. Werknemers van de Vervoerkamer kunnen, als dat nodig is, onderzoek doen bij bedrijven ter plaatse, stukken inzien en inlichtingen vorderen. Verder kan de Raad van Bestuur van de NMa ingeval van overtreding van artikel 69 van de Wp2000, de rechtspersoon aan wie het gemeentelijk vervoerbedrijf toebehoort, een last onder dwangsom opleggen. Deze last onder dwangsom strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen.

print deze paginaprint deze pagina